Luchtoorlog

Vliegtuigen storten neer bij Ruinerwold / luchtgevecht 15 augustus 1944




Ruinerwold is een plek in Drenthe waar relatief veel vliegtuigen neerkomen.

Zo is 8 oktober 1943 is wat dat betref een bijzondere dag. Het doel voor die dag is Bremen. Eerst komt om 15.00 de P-47 van de gevangen genomen Clyde D." Smith naar beneden. Een kwartier later volgt de Messerschmitt Bf 109G-6 van de daarbij omgekomen 25-jarige oberfeldwebel Erwin Stark aan de Hesselterweg. Gelijktijdig komen de Me 109’s van feldwebel Wirth en leutnant Feder neer bij Een en Gasteren. Drie dus om precies 15.15 uur. Voor Ruinerwold houdt het dat jaar nog niet op.




Het half jaar oude vliegtuig, de Halifax Mk.II JD314 "OLA" - Z-AX, is op 29 december 1943 op weg van de basis in Melbourne naar Berlijn en telt zeven bemanningsleden. Het toestel, de JD 314 van sergeant Paul Brian Green, wordt aan het begin van de avond aangevallen door de uiteindelijk meest succesvolle gevechtspiloot ter wereld Heinz-Wolfgang Schnaufer. Uit het in 1943 opgemaakte proces-verbaal blijkt dat er bij het neerstorten een enorme knal is waargenomen. Vermoedelijk is dit veroorzaakt door het exploderen van de munitie, wat inhoud dat daarna weinig van het vliegtuig overbleef. Zes van de bemanningsleden zijn worden begraven op de begraafplaats in Ruinerwold, de zevende is nooit teruggevonden. Maar vier van hen zijn geïdentificeerd begraven.


In de zomer van 2011 worden in een weiland bij Ruinerwold delen van de Halifax teruggevonden.




Vermeldenswaardig is ook de datum van 6 maart 1944. De dag van massale Amerikaanse luchtbombardementen op Berlijn: 658 bommenwerpers gooien 2000 ton bommen op de stad. En ook nu weer regenen toestellen neer in Drenthe, Hijken, Schoonebeek, Zwartemeer (2), Hoogeveen, Dalen, Steenwijksmoer en Sleen. De school van Ruinerwold wordt in 1944 getroffen door een bom uit een vliegtuig, dat in nood verkeerd. Daarna wordt er les gegeven in café Reinders en Café Jonkers. De dag komt naar voren in de film 'The Air War' over de US 8th Air Force.




Het wordt 15 augustus 1944. Het is de dag waarop Amerikaanse 932 bommenwerpers, begeleidt door 443 jagers vliegvelden aanvallen in Noordwest-Duitsland, Nederland en België. De Engelse luchtmacht richt zich met 1000 bommenwerpers op andere vliegvelden in Nederland en België. Tegelijkertijd landen 173.000 man tijdens operatie Dragoon op de Zuid Franse kust van de Middellandse Zee. Ver weg van die invasie woedt boven zuidwest-Drenthe een heuse luchtslag.

De luchtslag van 15 augustus 1944



Op die 15e augustus 1944 bombarderen Liberators het Duitse vliegveld Vechta. Op de terugweg boven Drenthe worden ze aangevallen door zo’n 25 Duitse jagers, die vermoedelijk in Duitsland (Sachau) waren opgestegen. Mogelijk hebben enkelen die dag getankt op vliegveld in Havelte/Steenwijk. Om 13.00 uur stort een Me 109 neer van luitenant Paul Weitzberg bij de Madeweg in Ruinerwold. Hij landt met een parachute op een dak van een huis aan het Oosteinde in Ruinerwold, Curieus genoeg is er een foto van Weitzberg, die dag gemaakt op vliegveld Havelte, voor een ander toestel, dus na de crash?


Bij Appelscha gaat het om een Bf-109 bij de Tilgrupsweg, vlakbij Oude Willem. De piloot heet Gefreiter E. Kölsch, het zou een Oostenrijker zijn. Zijn toestel onthoofdt een hele rij naaldbomen, voordat het totaal vernield op de grond terecht komt. De piloot wordt zwaar gewond op een ladder vervoerd naar ‘Us Blauhiem’ in Appelscha. Na eerste hulp daar wordt hij overgebracht naar ziekenhuis in Assen. Staffelkapitän Ernst Scheufele landt zijn Bf-109 in Havelte en ontkomt te nauwer nood aan beschietingen van Lightnings. Hij keert later terug naar zijn thuisbasis Sachau.

Andere Duitse piloten hebben deze dag minder geluk. Onderofficier Ernst Thomas sterft bij de crash van zijn Bf-109 bij Benderse Ruinen. Ook de 24-jarige onderofficier Karl Lampen overleeft de luchtslag niet. Hij stort met zijn Bf-109 neer op landgoed 'Oldengaerde' bij Diever. Zijn parachute gaat niet open. En dan is daar nog de dodelijke crash van de 20-jarige Horst Starzinski met zijn Bf-109 bij Oude Willem. Zijn parachute gaat ook niet open.

Ook twee Amerikaanse jagers van het type Lockheed P-38 Lightning storten met hun piloot neer: kapitein Hiram Turner bij Westerveld (Zuidwolde) en luitenant James Wallace vlakbij de Drentse Hoofdvaart in Uffelte. Ze worden vanaf het vliegveld bij Havelte beschoten. Wallace wordt gedood. Turner breekt een been, omdat hij te laag uit zijn toestel springt en wordt opgenomen in het ziekenhuis in Leeuwarden. Een stuk of zes toestellen van de 479e Fighter Group vinden deze dag ook nog tijd een goederentrein te beschieten in Wolvega.

Gevlucht via Engelsmanplaat

Een van de overlevenden van die bewogen 15e augustus is de Amerikaanse boordschutter Harry A. Clark. (Na de oorlog neemt hij de achternaam Dolph van zijn moeder aan). Zijn B-24 Liberator-bommenwerper ‘True Love’ (foto bemanning met Clark zittend vierde van links) wordt boven Havelte neergehaald door de Me 109 van Scheufele (die in december bij Aken gevangenen wordt genomen). Dat nadat de boordschutters twee Duitse toestellen hebben neergehaald.

Vijf bemanningsleden sneuvelen als het toestel zich boort in de grond van de Gieterse polder, even ten westen van Steenwijk. Dat zijn piloot John Simpson 'Jack' Archer, co-piloot Thomas Lynn 'Tommy' Bell, navigator Norman 'Norm' Peck, sergeant R.J. Lehman en sergeant Edward Bart 'Bart' Phil. Vier leden weten bij de bevolking onderdak te krijgen. Ook Clark redt zich met een parachute en wordt opgevangen door mensen van de ondergrondse, die hem via Steenwijk naar Meppel brengen, waar hij een persoonsbewijs krijgt van Peter van den Hurk. Hij verblijft enige tijd in het onderduikershol van Diever, waar Clark op 17 september Jim Moulton ontmoet, een staartschutter die eveneens met zijn vliegtuig is neergeschoten.

Op 30 oktober verlaten ze onder begeleiding van het verzet Diever en via Hoornsterzwaag, Olterterp, Rottevalle en Oostermeer bereiken ze Suameer. Via Noordoost-Friesland komen de vier mannen uiteindelijk aan in Paesens, het vertrekpunt voor de wadlooptocht naar Engelsmanplaat. Een bericht van de BBC zou een aanwijzing geven als er een boot kwam om ze op te halen. Dat gaat de mist in. De Amerikanen brengen de laatste oorlogsmaanden door in Dokkum en Birdaard. Tijdens de opmars van de Canadese bevrijders voegen ze zich bij de troepen en vechten zelfs nog mee tegen de Duitsers.
Bij het luchtgevecht van 15 augustus 1944 stort de geallieerde Liberator B24 H bommenwerper ‘Lady Lightning’’ neer bij de Steenwijker Aa (Wapserveen) en een Duitse Messerschmitt stort neer tegenover de huidige basisschool ‘De Bron’ in Nijensleek. De Amerikaanse piloot luitenant John Suchiu (26) en nog drie leden van zijn bemanning overleven dat niet, de rest wordt gevangen genomen.

Met brandwonden en een gebroken been overleeft de Duitse piloot Schierghofer de landing en de oorlog (overleed in 2003). Niettemin staat zijn naam toch samen met de vier overleden Amerikanen op de steen in Nijensleek en de zes overlevenden van de bommenwerper niet. Het is wel bijzonder dat geallieerden en een Duitser op een gezamenlijke zwerfsteen worden herdacht, helemaal omdat de Duitser dus het gevecht overleefde.

De Liberator B24 met de naam 'No feathered Engines' wordt vol getroffen en het gehele staartgedeelte breekt af. Al tollend stort het toestel om half twee neer onder Nijensleek, bij de Steenwijker Aa. Het afgebroken staartgedeelte komt neer bij Wapserveen. Vier bemanningsleden sneuvelen.In het wrak wordt piloot John Suchiu gevonden, die eerst in Vledder wordt begraven (vandaar zijn naam op de steen op de Brink). Bij het staartstuk liggen drie doden: staartschutter sergeant Robert R. Abbott, de schutter sergeant Lowell D. Stiles en schutter sergeant Jerome Samburg. Zes mannen komen veilig met de parachute beneden, vijf worden gevangen genomen. De zesde, sergeant Fred Gerritz, maakt de bevrijding mee bij een jachtopziener in De Baars.
Verdun Munroe komt neer met zijn B-24 "H" neer bij Nijetrijne in Weststellingwerf. Ongeveer ter hoogte van Steenwijk krijgt het diverse voltreffers, waardoor twee schutters worden gedood. het zijn sergeant Gerald D. Boles en sergeant Dale R. Estle. Zeven bemanningsleden weten het neerstortende vliegtuig per parachute te verlaten. maar van die zeven weten maar vier de aarde veilig te bereiken. De tweede piloot Harry E. Haseman krijgt tijdenshet afspringen een klap van een propellerblad. De parachutes van de bomrichter C.D. Welde en navigator T.H. Crowley gaan niet meer op tijd open. In de wrakstukken word het lichaam gevonden van sergeant Frank K. Kadayden. Sergeant Steve N. Reiter wet uit handen te blijven van de Duitsers en maakt de bevrijding mee in Oldeholtpade. Piloot Munroe wordt gevangen genomen, samen met de gewonde sergeanten William J. Weisner en James A. Ehredt.
De B-24 'Ramblin'Wreck' van piloot Robert William "Bob" Harrington stort neer bij het kanaal Giethoorn-Steenwijk. Het grote 4-motorige vliegtuig komt tollend naar beneden. Maar enkele honderden meters boven de grond gaat het alsnog over in een soort glijvlucht naar de grond. In het toestel zitten dan alleen nog drie dode schutters: sergeant Chester Zyb, sergeant William M. Julian en sergeant Tice L. Jones. Zeven bemanningsleden weten met een parachute het vliegtuig te verlaten, waarbij twee alsnog zwaar gewond raken omdat ze aan hun parachute door een Duits vliegtuig worden beschoten.Vier personen weten uit handen van de Duitsers te blijven.

Aanval op Bremen 8 oktober 1943